Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedepvlandschen stijl. 199
vooral bij het opnemen van bijkomende omftan-
digheden en het invlechten van tusfchenzinnen.
Bij hetgene te dezen opzigte reeds te voren
(§ 428.) is aangemerlu, zullen wij, om het
. belang der zake, nog een en ander voorbeeld
ter verdere bevesting van het gezegde voegen,
als; ik zend u hiernevens eenige jonge vruchten,
om aan uw verlangen te voldoen, als un blifk der
vruchtbaarheid van mijnen tuin, met de eerstf
varende fchuit. De verwarring, welke in dezen
volzin heerscht door de niet |bchoorlijke plaatfing
der leden, wordt ganfchelijk opgeheven door de
volgende fchikking: ik zend u, om aan ttw ver-
langen te voldoen, hiernevens , enz. , of nog beter
rnet omzetting: om aatt uw verlangen te voldoen,
zend ik u hiernevens, met de eerstvarende fchuit,
eenige jonge vruchten, als een blijk der vrucht-
baarheid van mijnen tuin. Verward is insgelijks,
door het invlechten van onderfcheidene tusfchen-
zinnen , het volgende zeggen: de lente, waarop
de aarde, die tot hiertoe met fnceuw en ijs toe-
gefloten was, zoo lang wachtte, begint thans te
naderen. Hier volgen drie gezegden, deels tot
verfchillende onderwerpen behoorende, onmiddel- ;
lijk op elkander, waardoor verwarring en hard-
heid ontftaat. Beter: tha7is nadert de lente y
waarop de aarde, die tot hiertoe met fneeuw en
ijs was toegefloten, zoo lang wachtte.
§ 440. Gebrekkig ook is in dit opzigt het
N 4