Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
. 195 handleiding tot den
fcben, dat is, er moet fleclits een hoofddenlc-
beeld in eilten volzin beftaan. Dit vereischte
vordert, dat alles weggelaten worde , wat geene
betrekking tot de hoofdgedachte heeft, en dat
voorts alle deelen des volzins op eene natuurlijke
wyze verbonden zijn, zoodat het eene woord het
andere, en het eene lid het andere medebrengt.
Des te meer zal daarom in dit opzigt de volzin
tot de volkomenheid naderen, hoe minder een
voorftel weggelaten, en een ander bijgevoegd kan
worden, b, v. om in deze eeuw, in welke alle
godsdienflige drijfveren hare veerkracht ver-
loren hehhtn, den memch te dwingen, ook dan
overeenkomßig de wet t£ handelen, wanneer hem
geene openbare regtbank vervolgen kan, blijft ons
geen ander hulpmiddel over, dan de opvoeding. In
dezen volzin heerscht een zamenhang, eene een-
heid van geheel, waardoor alle woorden eene ge-
meenfchappelijke betrekking op zekere hoofdge-
dachte te kennen geven. In het voorbeeld: ben ik
flechts verzekerd, dat het de wil niet zijn kan
van den grooten Schepper aller dingen, welke
altijd naar de ftrengfte regtv aardig-
heid en de edelfte oogmerken handelt,
om mij onmiddellijk te vernietigen, zoo geloof ik
geene andere vernietiging te moeten vreezen; kan
de tusfchenzin welke — handelt er uitgenomen
worden, zonder den zin van het overige onzeker
te maken., Zegt men evenwel dicn^ in plaata van.