Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedepvlandschen stijl. 195
§ 433. De volheid des volzins beftaat daar-
in, dat de hoofdgedachte door zelceren rijkdom
van bijkomende gedachten en uitdrukldngen on-
derfteund wordt, als: zelfs B. heeft de noodzakc'
lijkheid der ,doodflraffen niet in twijfel getrokken.
Hier wordt door een eenvoudig voorftel een oor-
deel over B». gevoelen geveld. Zegt men nu:
dat er gevallen zijn, waarin de dood [Ir af het eeni-
ge middel is, om yerdere onheilen voor te komen,
heeft B. zelfs niet in twijfel getrokken, fchoon hij
dezelve teregt voor zoo menigvuldig noodzakelijk
niet houdt, als in de ftrafwettèn aangenomen wordt;
zoo verkrijgt door deze uitbreiding der voorftel-
len de volzin eene ronding, welke het verftand
meer te denken geeft, 'en tevens aangenamer voor
het gehoor is, dat is, zij verkrijgt volheid.
§ 434. Deze volheid moet echter uit de zaak
zelve genomen worden , en even ver van nutte-
lóozen overvloed, als van droogheid verwijderd
zijn, dat is, de volheid' moet gepast zijn.
■Verandert men den vorigen volzin op de volgen-
de wijze: dat er gevallen zijn, 'waarin de, den
levensdraad ras affnijdetide, en de voortduring op
aarde eindigende doodfiraffen,' het eenige middel
zijn, om verdere onheilen te verhoeden, heeft
zelfs, enz., zoo verflimmert men denzelven klaar-
blijkelijk door het ingefchovene toevoegfel, en ver-
valt alzoo in eene ondoelmatige wijdloopigheid.
'§ 435« Iii de volzinnen moet eenheid Iieer-
N 2