Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 185
king is de vragende, zoo genoemd, omdat zij
voornamelijk bij vragen gebezigd wordt. Deze
woordfchikking onderfcheidt zich daardoor, dat
het vervoegde werkwoord bij dezelve voor het on-
derwerp gefield wordt, hetwelk daarop doorgaans
onmiddellijk volgt, als : y/ordt de luiaard ge-
acht ? Wanneer vertrekt gij? Wanneer het on-
derwerp zelf een vraagwoord is, heeft er niets
afwijkends in de woordfchikking plaats, als: wie
heeft dit gezegd?
§ 420. Deze woordfchikking heeft ook plaats
bij eene opwekking, een bevel of ver-
zoek, door de bijvoegende of gebiedende wijs
uitgedrukt, wanneer het onderwerp door een
voornaamwoord wordt aangeduid. Desgelijks bij
eenen ui t roe p, en wensch, als deze laatfte in
den veriedenen tijd en zonder voegwoord wordt
uitgedrukt; als : gaan vij fpoedig henen, dat is,
laat ons J'poedig henen gaan. Wees gij onze
voorfpraak. Had de ik zijnen raad gevolgd. Ook
bij de weglating van een der voegwoorden indien,
vanneer, fchoon en andere, als: wilt gij alles
bekennen, zoo hebt gij geene flraf te duchten,
enz.
t
§ 421. Eindelijk heeft de vragende woord-
fchikking nog plaats, wanneer eenig bijwoord,
of een van die voegwoorden, welke (*) door-
(+) Zie het aangemerkte in g 4i8.
f\