Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
j84 handleiding tot den
B. Verhalende, vragende en ver'
bindende woordfchikking.
J 417, De woordfchikking is, ook zonder
achtgeving op de afwijkingen, f welke nadruksbal-
ve gefchieden, en waarvan in het vervolg zal ge-
fproken worden, in onze moedertaal niet altijd
dezelfde. Die, van welke wij tot hiertoe fpraken,
is de eenvoudigfte, cn wordt gemeenlijk de ver-
halende genoemd, omdat men zich daarvan
veelal in korte en eenvoudige verhalen bedient.
Het onderfcheidcnd kenmerk van deze woordfchik-
Ising is, dat het vervoegde werkwoord onmiddellijk
achter het onderwerp komt, en door deszelfs
bepalingen gevolgd wordt.
S 418. De meeste voegwoorden brengen
in de voorgeftelde woordfchikking die verandering
te weeg, dat het vervoegde werkwoord aan het
einde van den zin geplaatst wordt. Er zijn nog-
lans eenige , die geene verandering veroorzaken,
als: en, of, want, maar, doch, ook, ech-
ter, evenwel, daarom, ncgtans, derhalve, ge-
volgclijk, toch, anders , veeleer, ook, daarenbo-
ven , daarentegen, niet alleen, maar ook , wan-
neer zij niet aan het begin van een voorftel ftaan,
als: ik zou het niet weigeren, maar (^docH) het is
Vlij onmogelijk. Ik heb het u echter {evenwel, nog-
tans) dikwerf genoeg gewaarfchuwd. Hij heeft
het niet alleen gezegd, maar ook gedaan.
§ 4'9. Eene tweede foort van woordfchily-