Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iö8 handleiding tot d[;n
gefield worden, welke onmiddellijk tot dat werk-
woord z>If behooren. Bepalingen van tijd en
plaats gaan hierbij voor alle overige, en wel die
van den tijd voor die der plaats, als: Balthazar
Gerards bragt, in den jare vijftien honderd
vier en t acht i g, prins Willem den eer ften, te
Delft, met een^ piftoolfchoot verraderlijk om het leven.
Egmond en Hoorn gingen, uit hoofde van hunne
onfchuld, met een onverfchrokken gelaat
tiaar de [trafplaats. De troepen der verbondene
mogendheden trokken, den 31 maart 1814. Parijs
zegepralende binnen. Intusfchen mag men van
deze volgorde fomwijlen afwijken, door eene
bepaling, die anders vooraan zou moeten ko-
men , aan het einde te flellen, wanneer zij eene
langere omfchrijving achter zich heeft, als:
Egmond en Hoorn gingen, uit hoofde van hunne
onfchuld, naar deftrafplaats, met een gelaat,
•waarop kalmte en zielerust te lezen
waren.
§ 414. Op dezelfde wijze flaan alle bijwoor-
den achter het vervoegde werkwoord en wel in
die orde, dat de bijwoorden van tijd en plaats
voorafgaan, daarop die van hoedanigheid vol-
gen en laatflelijk datgene, hetwelk eigenlijk tot
het werkwoord behoort, als: het hagelde gis-
teren alhier verfchrikkelijk hard; de wind
vaait heden alle ftof van de straten weg. Bij
werkwoorden, die met affcheidbarc voorzetfels