Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
iö8 HANDLEIDING tot d[;n
echter komen de woorden, welke ter verklaring
dienen, ook veeltijds achter de verklaarde, als:
AmUerdcmi, de. hoofdflad der Nederlanden', de
•wil des konings; liefde tot dc deugd; gedichten
•van Vondel.
§ 409. Een vervoegd werkwoord ontvangt, in
de eenvoudiglle of verhalende woordorde, hetgene
tot nadere verklaring van hetzelve dient achter
zich, als: het meisje zingt dat lied fraai; de
deugd maakt den mensch gelukkig. Hier komen
fraai en gelukkig , tot verklaring dienende, achter-
aan. Het meisje heeft dat lied fr a ai gezongen;
zij zal dat lied fr a a i zingen. Hier zijn gezon-
gen en zingen woorden zonder verbuiging, welke
even als bijwoorden de laatfte plaats innemen;
omdat zij den zin van de eigenlijke werkwoorden
heeft en zal het meest bepalen.
§ 410. Wanneer een vervoegd werkwoord
het a®. en 3®. geval achter zich heeft, ftaat
gemeenlijk dat des perfoons of het' derde met
weglating van aan voor dat der zaak of het twee-
de , als: hij gaf den leerling eene helooning;
echter is het niet zelden onverfchillig welk geval
men vooraan plaatfe, vooral bij het gebruik van
voorzetfels; fomwijlen zelfs moet het tweede
geval voor het derde gaan , als: hier hebt gij een
hoek, geef dat uwen broeder, waar dit, zoo om
zijne kortheid als zijne betrekking tot het voor-
gaande, de eerfte plaats moet innemen. Hetzelfde