Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedepvlandschen stijl. 179
opvolging der denkbeelden, welke daarin beftaat,
dat men gedurig van het minder tot het meer be-
paalde overgaat, zoo dat de rede eene ware op-
klimming is. Het is hier de plaats, om kortelijk
te ontvouwen, op wat wijze dit grondbeginfel
in de nederlandfche taal in byzonderhedcn wordt
toegepast.
§ 406. De natuurlijke woordfchikking vordert ,
dat het onderwerp der rede, met alles wat
daartoe behoort, voorafga , en daarop het werk-
woord met deszelfs bepalingen volge, als: de
wijze volgt de voorfehriften der deugd,
§ 407. Deze regel is nier zoo volftrekt en
algemeen, of men mag daarvan ook bij de eenvou-
digfte woordfchikking fomwijlen afwijken, wan-
neer namelijk het onderwerp, met deszelfs om-
fchrijving door een betrekkelijk voornaamwoord,
merkelijk langer is dan het gezegde, als: dat
leven is lang, hetwelk het groote doel des levens
bereikt,
§ 408. De woorden, wclice ter nadere bepaling
van het onderwerp of het gezegde dienen, komen
in het algemeen voor het zelfftandig naamwoord,
waartoe zij behooren, als: alle deze uwe zes
fchoone paarden; eene zacht ruifchende beek, bet
algemeen aangenomen gebruik; in deze mijne
treurige omfiandigheden; verbazend groot; tot
alles bekwaam; des konings wil; Vondels gedichten ;
tot weldoen geneigd; door dc jiad wandelen;
M a