Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
w
■\1
nedepvlandschen stijl. 197
rfii gedaan te hebben; zelfs wanneer de ontken-
ning niet zoo duidelyk is, als: wacht u het
niet te zeggen, voor wacht u het te zeggen.
H. Voorzetfels.
<J 401. Wanneer onderfcheidene zelfflandige
naamwoorden hetzelfde voorzetfel bij zich
hebben, is het doorgaands voldoende , dit flechts
eenmaal te bezigen, als: door geboorte, op-
voeding en pligt is mijn hart aan it gehecht. Som-
wijlen echter wordt het voordel nadrukshalve
herhaald, als: door list, door verraad, doo.r
geweld u zeiven verheven hebbende, hebt gij
uwen val dubbel verdiend. Ook is de herhaling
meestal noodzakelijk, zoo dikwerf twee zelf-
flandige naamwoorden , door tusfchenkomst van
eenig voegwoord , van elkander gefcheiden wor-
den , als: hij is noch met zachtheidt noch met
hardheid te regeren. Het is deels door uwe,
deels door mijne hand gefchied.
§ A02. De onmiddellijke bijeenplaatfing van
twee voorzetfels brengt altijd cenige hardheid en
onduidelijkheid voort, en moet uit dien hoofde
vermijd worden, als: door met zwaarden ge-
wapende mannen werd hij aangegrepen. Beter;
door mannen, die met zwaarden gewapend
waren , werd hij aangegrepen.
I. Voegwoorden.
5 403. De zelfflandige naamwoorden, tuS'^
M