Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedepvlandschen stijl. 173
worden, te weten: als het be heer fchende
of als het beheerschte deel. Het eerfte
heeft plaats, wanneer het naamwoord als bedrii-
vend, lijdend, aangefproken onderwerp, of als
gezegde voorkomt, als: Hendrik teekent. De
vlijtige leerlingen worden geacht, enz.
Het werkwoord fchikt zich alsdan in getal en
perfoon naar het zelfllandig naamwoord. Ter
aanduiding van de tweede betrekking bedient
men zich van den verbogcnen naam, of ook,
waar deze aanduiding te kort fchiet, van voor-
zetfels, als: de veldheer prees den krij gsm an
wegens zijnen betoondeti moed.
§ 390. Alle bedrijvende werkwoorden vorderen
het voorwerp der handeling in het tweede geval,
als: de held veracht den dood. Dit geval alleen
wordt bij den lijdenden vorm met het eerfle verwis-
feld , als : de dood wordt veracht door den held.
§ 391. Wanneer een naamwoord door een be-
drijvend werkwoord in het d e r d e geval, m2t of
zonder weglating van het voorzetfel aan, ge-
plaatst wordt, moet hetzelve in den lijdenden
vorm ook op dezelfde wijze voorkomen, als:
men verzocht, berigtte mij. Hij leerde den jon-
geling de aardrijkskunde. Derhalve in den lij-
denden: mij werd verzocht, berigt. Den j 0 n-
geling werd door hem de aardrijkskunde geleerd.
Insgelijks: den heer wordt verzocht, berigt,
gelast. Mij is verzocht, u dit te zeggen.