Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iö8 handleiding tot d[;n
§ 387. Die werkwoorden, welke de onbe-
paalde wijze zonder te achter zich ontvangen,
hebben in den volftrekt verl. en tweeden betrek-
kelijk verl. tijd de onbepaalde wyze achter het
hulpwoord, als : ik heb hem zien w anclele n,
enz. Die werkwoorden daarentegen , welks de
onbepaalde wijze met t e achter zich ontvangen,
behouden in de genoemde tijden de gewone wijze
van vervoeging, als: men heeft mij belast, beyo-
len, u dit ter hand te feilen, enz.
§ 388. Op dezen regel zijn eenige uitzonde-
ringen , als : komen voor gebeuren, b. v. hij is
komen te overlijden; behooren, als: ik had dat
niet behooren te doen; v/eten, als: ik heb mij uit
die zwarigheid weten te redden; ook fomwijlen
trachten, pogen, zoeken. Opmerkelijk is verder
nog de afwijking, welke in de werkwoorden ßaan,
liggen, zitten plaats heeft. Hier toch zegt men
in de beide eerfte tijden: ik fla of ßond te wach-
ten; hij ligt of lag te flapen; ik zit of zat te
fchrijven; terwijl men daarentegen in den volftrek-
ten en tweeden betrekkelijk verleden tijd zegt: ik
heb of had ßaan wachten. Ilij heeft of had
liggen flapen. Ik heb of had zitten fchrijven.
7. Verbinding van een werkwoord met een
zelfßandig naamwoord.
§ 389. Een zelfftandig naamwoord kan op
tweederlei wijze met een werkwoord verbonden