Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
!
iö8 HANDLEIDING tot d[;n
ziyn en worden, als: mij is verhaald gewor-
den, voor, mij is verhaald. Echter behoort
hiertoe niet het geval , wanneer hebben in
eenen anderen zin gebruikt wordt, als: ik heb
lang geld liggen gehad. Hij heeft gisteren veel
te werken gehad.
6, Verbinding van het eene werkwoord
met het andere.
§ 3S3. De verbinding van twee werkwoorden,
van welke het eene ter nadere bepaling van het
andere dient, gefchiedt door het nader bepalend
werkwoord in de onbepaalde wijze met of
zonder te achter het eerfte te plaatfen.
5 384. Met de onbepaalde wijze zonder te
worden verbonden durven, kunnen, laten , moe-
ten, mogen, willen, zullen, als: ik durf dat niet
op mij nemen, enz, Verder heten (in de betee-
kenis van noemen), helpen, hooren , keren, noe-
men, voelen, zien, blijven, gaan, komen, vin-
den.
§ 385. Daar onze werltwoorden geenen eige-
nen lijdenden vorm hebben, maar dezen alleen
door middel van hulpwoorden verkrijgen, zoo
wordt de onbepaalde wijze, zoo wel in eenen lijden-
den als bedrijvenden zin bij ons gebezigd. Dus
kan: ik zie hem flaan-, ik hoor hem roepen,
zoo wel beteekenen : ik zie, dat hij ßaat; ik
hoor, dat hij roept: als: ik zie, dat hij gefla-
%