Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
iö8 HANDLEIDING tot d[;n
§ 261. Degene, hetgene beteekenen hetzelfde
als die, dat. Men gebruikt nimmer hetgene,
wanneer men de perfonen of zaken , op welke
het betreltking heeft, herhalen en noemen kan,
in dat geval gebruikt men hetwelk, als: het be-
fluit, hetwelk (welk befluit) ik zal nemen, en
niet het befluit, hetgene, enz. Intusfchen is het-
gene of hetgeen, voor hetgene, dat, reeds door
het gebruik gewettigd, als: hetgeen ik u zeg
is waarheid.
§ 362. Dezelve, hetzelve bezigt men, wan-
neer men in derzelver plaats die of dat kan Hellen;
dezelfde, hetzelfde, wanneer men in derzelver
plaats eigen of gelijk kan gebruiken; hetzelfde
kan ook niet onverfchillig worden verwisfeld,
als: de fom is groot, hoe zal ik dezelve (die)
betalen? Het is mij hetzelfde (onverfchillig),
of gij mij met dezelfde (de eigene) munt betaalt.
Tot meerder nadruk voegt men fomtijds even
of juist bij dezelfde of hetzelfde, als : het is even
[juist') dezelfde man, dien wij gisteren fpraken.
§ 363. De betrekkelijke voornaamwoor-
den komen met het voorwerp, waarop zij
betrekking hebben, in geflacht en getal overeen,
maar hangen met opzigt tot hun geval van de
beheerfching af, als: het boek, dat ik gekocht
heb, is fraai. Hij is een man, wiens goed karak-
ter aan elk bekend is. Het is de vrouw, van wel-
ke ik u gefproken heb. Heeft het voornaamwoord