Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDËPvLANDSCHEN STIJL. i6i
woord tot bevordering van den nadruk dienflig,
als: de onwaardige^ wien ik het leven gered^ wien
ik zoo vele weldaden bewezen heb, die is mijn
verrader geworden.
S 359' Door deze duidt men iets, dat nabij en
tegenwoordig is , door gene iets, dat meer afgele-
gen is, aan, als: aan deze en gene zijde der rivier.
Oük met betrekking tor een zeli'ftandig naamwoord,
als: kg u op deugd en kloekmoedigheid toe; want
deze (de kloekmoedigheid) leert de ongevallen
bejlrijdcn^ gene (de deugd) dezelve overwinnen.
Van drie zaken fprekcnde , welke van elkander
aHiggen, zegt men van de naaste deze^ van de
middelfte die ^ en van de verst afgelegene gene^
als: ik zat in deze kamer, zij in die en hij in
gene. Voor dcze en dïe kan men, doch alleen
van zaken, ook hier cn daar gebruiken, als:
er is hiervan (van deze zaak) veel gefproken. Ik
Jla daaraan (aan die zaak) geen geloof.
§ 360. Het onzijdige dit wordt voor het werk-
woord zijn gebruikt, ook wanneer daarop een
zelfftandig naamwoord van het mannelijk of vrou-
welijk gcflacht, in het meervond volgt, als:
dit (niet deze) is zijne geliefdjie bezigheid; dit
(niet deze) zijn de nuttigde oefeningen. Het
voornaamwoord moet ook niet achter het werk-
woord geplaatst worden, als; de zaak is deze;
mijn vermaak is dit ^ voor , dit is de zaak; dit
is mijn vermaak,
. L