Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
/
nederlandschen stijl. 157
man van die plaats ; men komt er alle dag; deze
gewoonte heerseht onder alle volk. Daarentegen
wordt alle verbogen, wanneer het de beteekenis
van elk, ieder, allerlei heeft, als: hij is afkee-
rig van allen arbeid. Hij geeft zich aan allen
wellust over. Eindelijk zij nog gezegd, dat alle
dikwerf dient om de beteekenis van het woord,
waarbij het gevoed is, te verfterken , als: ik leg
mij daarop met allen ijver toehij fpoorde hem
daartoe met allen ernst aan.
D. Voornaamwoorden.
§ 349. Ten aanzien van de perfoonlijke
voornaamwoorden is op te merken , dat in het
algemeen het gebruik van gij lieden, u lieden in
het meervoud is af te keuren. Het zelfftandig
naamwoord komt met het perfoonlijke voornaam-
woord in getal en geval overeen , als : het affterven
van hem, den roem van zijn geflacht, wordt door
allen gevoeld.
§ 350. Het voornaamwoord des derden per-
foons volgt gemeenlyk het geflacht der voorwer-
pen , waarop het betrekking heeft, maar niet dat
der woorden, waardoor die voorwerpen worden
aangeduid, als: zijne majefleit gaf te kennen,
dat hij verlangde enz. Hare majesteit vertrok
twee uren na dat zij aangekomen was. Het meisje
liet het kind vallen, dat z ij op den den arm droeg
De min (Cupido) lachte, toen hij zijnen pijl had