Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
/
/
/
/
NEDERLANDSCHEN STIJL. 155
§ 344. Ten aanzien van de uurgetallen
is liet volgende in aaninerld'g re nemen: liet meer-
voudige uren heeft een weikwciord in het enkel-
voud bij zich, als: het is drie, twaalf uren;
ook wordt het woord uur fomtijds weggelaten,
als: de klok flaat een, vijf; hij kwam na half
twaalf. In dit geval wordt het telwoord niet
zelden verbogen; als; ik hen voor zesfen op-
gcflaan.
S 345. Bij een meervoudig teKvoord flaat
een meervoudig zelfflimdig naamwoord , als : hon-
derd dorpen, enz.; doch wanneer het getal
eene eenheid meer dan een of meer honderd- of
duizendtallen is, dan ftaat het zelfftandig naam-
woord in het enkelvoud, als: vier duizend en
eene pen; zeven honderd en een paard. Des-
gelijks hebben de telwoorden, metzamengefteld,
een zelfftandig naamwoord in het enkelvoud bij
zich,als: derdehalf b r 00 d; zevendehalveft uiver.
§ 346. Wanneer maten, geldwaarden en ge-
wigten als vereenigd voorkomen, ftaan zij bene-
vens het werkwoord in het enkelvoud, als: daar is
vier last tarw, viif en twintig gu ld en; wanneer
de vergaderde hoeveelheid tarwe uitgedrukt en niet
op de geldfoort gezien wordt. Komen deze dingen
daarentegen als verdeeld voor, zoo ftaan zij in het
meerv. als: daar zijn vier lasten tarw, vijf
en twintig guldens, als ieder last op zich zelve
is en afzonderlijk wordt aangewezen, en vijf en