Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iö8 HANDLEIDING tot d[;n
§ 341. Achter den vergrootenden trap wordt
dan gebezigd, b. v. hij weet dit beter dan gij,
en niet als, gelijk zulks bij het uitdrukken eener
gelijkheid plaats heeft, b. v. ik weet dit zoo go:d
als gij; hij is niet zoo riik als zijn broeder.
De overtreffende trap heeft eene bepaling met een
der voorzetfels van, uit, onder bij zich, als: de
rijkfte uit het dorp (^des dorps); de aanzienlijkfle
onder zijne (^zijner') medeburgers; de braafße
yan allen; de beste onder de {der) menfchen.
§ 342. Somwijlen nemen de bijvoegelijke naam-
woorden de natuur van bijwoorden aan, ais:
eene zacht ruifchende beek; een onbekend
reizende vorst, onderfcheiden van een onbekende
reizende vorst; tene buitengewoon groote fom,
onderfcheiden van eene buitengewone groote fom.
Hier komen zacht, onbekend en buitengewoon als
bijwoorden voor en blijven dus onveranderd.
Gansch, geheel, half, vol, enkel, /owr«/-worden
ook dikwijls als bijwoorden gebezigd, als: zij was
enkel vreugd, niet enkele; wij waren geheel
aandacht, enz.
§ 343. Gemeenlijk worden de telwoorden
voor hunne zelfftandige naamwoorden geplaatst,
als: vier weken, de derde dag; enz. Echter
komen zij fomwijlen achteraan, als: in het jaar
vijftien honderd twee en zeventig; zoo
ook, maar liefst met cijfers: Boek I. Hoofdfluk/^.
Vers 6. enz.