Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 145
kent, dat ik den bedoelden perfoon zag, terwijl
ik wandelde. — Ik zag hem wandelende, betee-
kent, dat de bedoelde perfoon wandelde , toen ik
hem zag.
S 312. De welluidendheid vordert somtijds,
dat men in de trappen van vergelijking de ver-
grooting niet door verandering van uitgang, maar
door meer en meest uitdrukke, als: een meer
gelezen boek; het meest gelezene boek, enz.
G. Bijwoorden.
§ 313. De bijwoorden zijn zulke woor-
den, die ter bepaling van eenig werkwoord of
bijvoegelijk naamwoord dienen: hi) J preekt wel;
hij teekent fraai.
§ 314. Bijna alle bijvoegelijke naamwoorden kun-
nen als bijwoorden gebruikt worden , b. v.
Bijv. naamwoord. Bijwoord.
r:en fr aai huis , Hij fchrijft fraai,
Het dagelijkfchewerk. Hi) vordert d ag elij ks.
§ 315. Ooit Cïi nooit, immer en nimmer
mogen niet onverfchillig gebruikt worden; de
twee eerfte worden toegepast op het verledene,
de twee laatfte op het toekomende , als: indien
ik het ooit gedaan had. Men zou het nooit
gezegd hebben. Indien gij u immer daaraan
fehuldig maaktet. Ik zal nimmer vergeten hetgene
gij mij zegt, enz.
§ 31Ö'. Altijd en altoos zijn ook onder-
K