Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
144
HANDLEIDING tot den
bewegen
jagen
\gejaagd.
als; ik heb mij moede gegaan ; ik ben van de
fchool naar huis gegaan; dit zelfde heeft plaats
met loopen, varen, klimme n, kruipen.
S 308. Sommige werkwoorden worden als
gelijkvloeijend, en ook als ongelyk-
vloeijend vervoegd, als;
bewoog, bewogen,
beweegde, \beweegd,
{jaagde,
Dus ook fchenden, vragen , lagchen, waaijen,
enz.
§ 309. De werkwoorden zijn, worden en
blijven hebben een onderwerp voor en achter
zich, als: ik ben uw v ij and; hij wordt een
man; ik blijf uw vriend.
F. Deelwoorden.
§ 310. De deelwoorden worden, gelijk
reeds (§ 285) gezegd is, van de werkwoorden
gevormd, en in tegenw. en verl. onder-
fcheiden. — De hoedanigheid van perfonen of
zaken uitdrukkende, worden zij aangemerkt en
behandeld als bijvoegelijke naamwoorden.
% 311. Wanneer het voorzetfel al voor een
tegenwoordig deelwoord geplaatst wordt, dan
ondergaat deszelfs beteekenis eene groote veran-
dering, b.v.//t zag hem al wandelende, betee-