Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 143
9. Bijzonderheden, de werkv/oorden
betreffende.
5 305. De werkwoorden hebben en y/ezen
of z ij n komen dan alleen als hulpwoorden voor,
wanneer zij dienen,. om de zamengeftelde tijden
der andere werkwoorden te helpen maken.
§ 305. Hebben wordt dikwijls gebezigd in
de beteekenis van bezitten of genieten, cn
kan dan als een bedrijvend werkwoord aangemerkt
worden, b. v. ik heb vele vrienden, zij hebben
veel vermaak gehad. Zoo ook beteekcnt wezen
of zijn, op zich zelve genomen, bejtaan of
aanwezig zijn.
5 307. Alle bedr ij vende, wederkeerige,
en bijna alle onzijdige werkwoorden maken
derzelver verledenen, tweeden betrekkelijk ver-
ledenen , en betrekkelijk toekomenden tijd, met
behulp van het hulpwerkwoord hebben. — Som-
mige onzijdige werkwoorden worden in die
tijden vervoegd met hebben en met wezen of
zijn, als: ik heb gegaan, ik ben gegaan; ik heb
geloopen, ik ben geloopen. Hieromtrent is aan tc
merken, dat die onzijdige werkwoorden, welke eene
beweging uitdrukken, in het algemeen het hulp-
woord hebben aannemen, wanneer zij bepaaldelijk
op de beweging zien, en het hulp woord, wc^««
of js ij n, wanneer zij meer bepaaldelgk op de plaats
van waar, cn waar heen betrekking hebben^