Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iö8 HANDLEIDING tot d[;n
§ 301. Wederkeer ige werkwoorden zijn
bedrijvende werkwoorden, die de perfoonlijke
voornaamwoorden als voorwerp achter zich heb-
ben, b. v. ik bezeer mij-, hij wondt zich, enz.
De vervoeging is als die der bedrijvende werk-
woorden.
§ 302. De zoogenaamde onperfoonlijke
werkwoorden, worden alleen in den 3'ïen perfoon
vervoegd, met het onzijdig voornaamwoord het
voor ,zich. De verbuiging is als die van andere
werkwoorden in den 3deii perfoon.
§ 303. Men onderfcheidt deze foort van werk-
woorden in:
le. dezulke, welke alleen in den 3<Jen perfoon
kunnen vervoegd, en zonder verdere bijvoeging
van woorden verftaan worden, als: het fneeuwt;
het regent, enz.
2°. die, welke in derzelver vervoeging een voor-
werp achter zich hebben , als : het [mart mijnen
vader; het berouwt hem.
§ 304. Sommige dezer werkwoorden zijn ook
onzijdig, als: moeten, lusten, enz.; want men
kan zeggen, ik moet, ik lust, enz. Deze laatfte
worden alleen dan als onperfoonlijk befchouwd,
wanneer het woordje het geene perfonen of zaken
aanwijst.