Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
140 HANDLEIDING tot den
Bijvoegend-e wijze.
Tegenw. tyd-
Enkelv.
De 1= perfoon wordt gemaaltt van den wortel
des werlcwoords , door aclitervoeging van e, fom-
tijds met verdubbeling van den laatften medeklin-
ker, als: dat ik leere, ftraffe^flape, enz.
De perf. is gelijk aan den met achter-
voeging van als; dat gij leeret, flapet, enz.
De 3e perf. is gelijk aan den i»'«" perfoon , als:
dat hij leere, flape, enz.
Meei-v,
De is'e perf. is gelijk aan het werkwoord, als:
dat mJ leeren, flapen, enz.
De 2« perf. is gelijk aan den 2^60 des enkel vouds,
en de 3<ie perf. is gelijk aan den i»'®" des meer-
vouds, als: dat zij leeren, flapen.^ enz.
Eerfte betrekkelijk verl. tijd.
Bij de gelijkvloeijende werkwoorden is deze tijd
gelijk aan denzelfden van de aantoonende wijze, als:
dat ik leerde,ant'woordde,zuchtte, redde,
zette; — dat mj leerden, antwoordden ,
zuchtten, redden, zetten, enz; ook bij de
ongelijkvloeijende werkwoorden, uitgenomen den len
en 3«n perfoon des enkelvouds, achter welke eene
e gevoegd wordt en de t op het einde in et veran-
derd wordt, als: dat ik of hij fliepe, dat gij flie-