Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
I^EDERLANDSCHEN STIJL. 139
den, enz. Zulks is echter niet navolgenswaardig,
als strijdig met de regelmaat der taal en te ge-
maakt; ook is dit weinig bevorderlijk aan de dui-
delijkheid, daar de zin altijd genoegzaam uit den
zamenhang is op te makken.
Volftrekt veel. tijd.
Deze tijd wordt gemaakt van den tegenw. ti,id
des hulpwoords hebben of zijn, met het verl.
deelwoord des werkwoords, als: ik heb geleerd,
hen gevallen enz.
Tweede betrekkelijk verl. tijd.
Deze tijd wordt gemaakt van den i^ten betrek-
kelijk verl. tijd des hulpwoord hebben of zijn
met het verl. deelwoord van het werkwoord,
als: ik had geleerd, was gevallen, enz.
Toekomende tijd.
Deze tijd virordt gemaakt van het hulpwoord
zullen, en den tegenw. tijd van de onbepaalde
wijze des werkwoords, als: ik z al anttoorden,
enz.
Betrekkelijk toek. tijd.
Deze tijd wordt gevormd van het hulpwoord
zullen, en den verl. tijd van de onbepaalde
wijze des werkwoords, als: ik zal geantmord
hebben, zal gevallen zijn.