Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
handleiding tot
den
Toekomende tijd.
Eukeïv,
ik zal.
gij zult
hij\ men zal
Meerv.
wij zu Ihn
gij zult
zij zullen
JEnkelv.
dat ik zoude
— glj z oud et
—hij^ zij\ menzoudi
Meerv.
dat wj zouden
— §lj zoudet
— zij zouden.
Betrekkelijk toekomende tijd.
Enkelv.
ik zal
gij zult
hij^ zij^ men zal
Meerv.
wij^ zullen
gij zult
zij zullen
ore
Enkelv.
dat ik zoude
— gij zoudet
—hij^zij.^men zoudej^
Meerv.
dat mj zouden
— gij zoudet
— zij zouden
Gebiedende vrij ze.
£nkelv.
Meerr,
heb. hebt.
m. zijji.
Dn bép aaide wijze. Deel woorden.
Teg. tijd. zijn. Tegenwoordig, zijnde.
Verl. tijd. gesnest zij71. Verleden, geweest.
Toek. tijd. zullen zijn.