Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 127
4.) De tweede betrekkelijk verledene
tijd, uitdrukkende het beftaan of de wijziging
als geheel geëindigd in eenen vcrledenen tijd,
als: ik had reeds gc-w and e ld, toen zij mij
hvamen bezoeken.
5.) De toekomende tijd, het beftaan of de
wijziging voorftellende in eenen tijd, die nog niet
is, als: ik zal morgen eene wandeling doen.
6.) De b e t r e k k e 1 ij k toekomende tijd,
het beftaan of de wijziging aanduidende als reeds
gefchied in eenen tijd, die nog komen moet, als:
mijn broeder zal ons reeds verlaten hebben,
wanneer uw vriend aankomen zal.
4. Perfonen der werkwoorden,
§ 292. Door perfonen bij de werkwoor-
d«n verftaat men de onderwerpen, waarvan het
beftaan door de werkwoorden aangeduid of ge-
wijzigd wordt. Deze onderwerpen worden of
door zelfftandige naamwoorden of door perfoon-
lijke voornaamwoorden uitgedrukt, (zie over deze
hier boven S 262 en verv.)
5. Hulpwoorden.
§ 293. Om de werkwoorden te vervoegen,
bedient men zich van vier hulpwoorden,, te
weten: zuHen, hebben, zijn en worden.