Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN ST^L. 125
voorwerp van dat gewijzigd beftaan te verei-
fcheri, b. v. het paard loopt, enz. Hier gaat
de daad op geen voorwerp over, maar kan alleen
.ten aanzien van plaats, middel, enz. nader be-
paald worden, als: het paard loopt voor den wa-
gen.
5 289. De werkwoorden zijn aan zeer vele
veranderingen, welke men vervoeging of
tijdvoeging noemt, onderworpen. Bij de
vervoeging der werkwoorden moet men drie
zaken in acht nemen: i. de wijzen 2. de tijden
en 3. de perfonen.
2. Wijzen der werkwoorden.
§ 290. Het beftaan van eenig wezen, of de
wyziging van dit beftadn, kan op vierderlei
wijzen voorgefteld worden, te weten:
a) Onbepaald of algemeen, alleen met aan-
wijzing van tijd, als: leeren, geleerd hebben, zul-
len leeren; dit noemt men de onbepaalde
w ij ze.
Bep aald, dat is, regtftreeks en onafhan-
kelijk van eenige voorafgaande woorden, als: ik
heb geleerd, ik zal leeren; - dit heet de aan-
toon ende wijze.
c) Voorwaardelijk of van iets anders af-
hangende, als: ik wenschte, dat hij vlijtig ware,
hetwelk men de bijvoegende wijze noemt.
d) Gebiedend, vermanend of verzoe-