Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 121
Verbuiging van liet aanwijzend voornaamwoord de^e^
Enkelvoud. Meervoud.

Mannelyk. Vrouwelijk. In alle gesl.
d eze j X en 0., deze j \ en deze ;
SL* dezen i
van deze n{de- van deze [de- d. van deze {de-^
zes); aan de- zer);aandeze zer); aan deze
zen (dezen). [d e z e r) , enz. (M.enO.dszen
enz. Vr. dezer).
§ 275. De bepaling van die, met weglating
van het voorzetfel van^ is in het mannelijke
geflacht niet dies maar diens.
Verbuiging van het woord zeker.
Enkelvoud. Meervoud.
Mannelijk. Vrouwelijk« Onzijdig. In alle gcsl.
zeker; \ en 1, zeke- i eno.,zek e r; \ enT., ze ke^
zekeren; re; re;
Z.van zeke- 5. van zeke^ 5,van ze ke r^ van zeke-
\
ren^ enz, enz. enz. re, enz.
§ 276. Van de aanwijzende voornaamwoorden,
die met de lidwoorden de of het, of hq.t voor-
naamwoord die zamengefteld zijn, wordt het eerfte
deel als de lidwoorden, cn het laatfte als de
bijvoegelijke naamwoorden verbogen.
H 5