Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iö8 HANDLEIDING tot d[;n
0/2S neemt voor het mannehjk gefladit ook de e
aan , en wordt dus onze, b. v. onze vader, enz.
§ 27 [. De bezittelijke voornaamwoorden , die ,
met het bepalend lidwoord voor zich, zonder
zelfftandig naamwoord gebruikt worden, ver-
buigt men als of een naamwoord volgde, uit-
gezonderd in het meervoud, dat bij deze woor-
den ook de n aanneemt, voor het mannelijk, b. v.
I. de mijne; 2. den mijnen; 3. van den mijnen
(^des mijnen'); aan den miinen (den mijnen , enz.
Het mijne, het onze, het mve, het mijne, het
hare, en het hunne worden niet verbogen.
§ 272. De a a n w ij z e n d e voornaamwoor-
den wijzen zeer bepaald perfonen of zaken aan,
en zlin: deze , die, gene, dat, dezelve, hetzel-
ve, dezelve, hetzelfde, degene, hetgene, zulk,
zeker, dergelijk, dusdanig, zoodanig, elk, enz.
§ 273. Eenige dezer voornaamwoorden nemen
ook het woordje een voor of achter zich, al3:
eenieder, ieder een, enz.
§ 274. Sommige dezer voornaamwoorden zijn
met het lidwoord zamengefteld, als: degene,
dezelve, enz. Van de niet zamengeftelde aan-
wijzende voornaamwoorden worden deze, gene
en die als de lidwoorden, en de overige als de
bijvoegelijke naamwoorden verbogen.