Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
138 HANDLEIDING tot dün
Vrouwelijk,
Enkelvoud. Meervoud.
3, zij zelve; i. zij zeiven;
2, haar zelve; 2. haar z e l v e n;
3» vany aan haar zelve y 5, van^ aan haar ze Iv en ^
enz. enï.
Wanneer de voorzetiels yan of aan weggelaten
worden, volgt het woordje zelf At verbuiging,
die ten dezen aanzien voor de lidwoorden voor-
gefchreven is,
§ q66. Het woordje zich wordt gebruikt in
de plaats van alle andere voornaamwoorden in den
derden perfoon, wanneer dezelve het voorwerp
of dc bepaling uitmaken bij een onderwerp,
waarvan dc werking tot den werker terug keert.
Het ondergaat in de verbuiging geene verandering,
als: hij bedriegt zich. Dc man fpreckt yan
zich. De vrouw kleedt zich. De meiifchen ver-
gi-^'cn zich,
3. Bijvoegelijke voornaamwoorden.
§ 267. De bijvoegelijke voornaamwoorden,
dus genoemd omdat zij meerendeels als bijvoegelijke
naamwoorden gebruikt worden, dienen, evenals
de doopnamen onder de menfchen, om eene
enkele zaak van alle andere van dezelfde foort te
onderfcheiden, als: deze hoed^ uw boek., weU
he man? Men verdeelt dezelve in vier foorten,
namelijk, in i.) be zitte Hjke, a,) aanwij-
zende, 3.) vragende cn 4.) betrekkelijke
voornaamwoorden.