Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 113
1, Verbai^injy van een mannelijk zelfstandig naamwoord,
vergezeld van een bijvoegelijk naamwoord, met het
bepalend en niet bepalend lidwoord.
Enkelvoudig.
i. een kooge
eenen hoog en
'van eenen hoogen
jof eens hoogen
\aan eenen hoogen
of eenen hoogen
en de hooge berg;
en den hoogen berg;
/van den hoogen berg
'of des hoogen b e rgs ;
)aan den hoogen b e rg
W den hoogen berg.'
Verbuiging van een dergelijk vrouwelijk naamwoord.
Enkelvoudig.
i. en 2. eene hooge
/van eene hooge
!of eener hooge
^aan eene hooge
(of eener hooge
cn de hooge kust;
en
van de hooge kust oï
der hooge kust;
aan de hooge kui t oi
der hooge kust.
3. Verbuiging van een dergelijk onzijdig naamwoord.
Enkelvoudig,
i. cn 2. een hoog
iVan een hoog
of eens hoogen
aan een hoog
'of eenen hoogen
en het hooge huis;
j van het hooge huis oï
en
^des hoogen huizes;
aan het hooge h uis of
\den hoogen huize.
H