Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
6f5 HANDLEIDING tot den
uitdrukkende, als: het prieuerfchap, meester-
fchap, enz.; — die, in dom eindigende, een
ambt, ftaat of gezelfcbap van perfoonen aandui-
den , als: het pausdom, yorftendom, mensch-
dom; — alle verkleinwoordjes , als: het meisje,
boompje, enz.
§ 223. Zulke woorden , welke mannelijk.of vrou-
welijk zijn, naarmate zij van mannen of vrouwen
gebezigd worden, noemt men gemeenflachtig,
fa. V. erfgenaam, boeteling, enz.; terwijl dezulke,
welke beide de fekfen onder een en hetzelfde ge-
flacht bevatten, ge lijk-of z el fflachtig genoemd
worden, h,\\ arend, uil, enz., mannelijk, muis,
tortel, enz., paard, fchaap, kind,
enz. onzijdig. — Alle zamengeftelde zelfftandige
naamwoorden volgen het geflacht van het laatfte,
als: het ftadhuis, fchoon ftad vrouwel. is. Hout-
ßapelis mannel., offchoon hout oï\z.\s.
3. Getallen der zelfßandige naamwoorden.
§ 224. Door getal verftaat men de voorfkl-
ling van eene eenheid of veelheid in de zelf-
ftandige naamwoorden, als: tafel, tafels. Het
eerfte noemt men enkelvoud, het andere
meervoud.
§1225. Dc aanwijzing van het meervoud
gefchiedt door achter het enkelvoud s, n, en,
^rs of eren te voegen, fomtijds met verdubbeling
tevens van de laatfte letter , of met vervvisfeling