Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
pö HANDLEIDING tot den
gehelderd en bewezen, b.') c.) en d.) zijn alzoo
aan a.') ondergefchikt.
aê voorb. ö.) Het verdienflelijke der menfchelijke
daden moet niet naar derzelver gevolgen maar naar
derzelver gronden berekend worden, b.') Immers
wanneer wij de waarde der menfchelijke daden
naar de gevolgen, die zij hebben, beoordeelen
konden; zoo zouden wij ook de daden, welke de
eergierigheid, het eigenbelang en fomwijlen de een-
voudigheid ver rigt en, als goede daden moeten aan-
merken, zoodra hare gevolgen zich flechts ver uit-
ftrekken en toevallig tot het algemeen welzijn
bijdragen, c.) Wanneer echter de menfchelijke
handelingen inderdaad, bij derzelver dikwijls ge-
heel onverwachte gevolgen en onberekende uitkom-
flen, Jlechts volgens hare gronden in onze magt
ftaan, wanneer deze gronden alleen over de goed-
heid of verwerpelijkheid onzes karakters bejlisfen;
zoo bepalen deze gronden alleen de wezenlijke
waarde en verdienften onzer daden, al waren ook
de gevolgen anders dan wij vermoed hadden,
d.) De menfchelijke daden kunnen derhalve bloote-
lijk naar derzelver gronden juist beoordeeld wor-
den; want al derzelver gevolgen zijn zeer dik-
werf van betrekkingen afhankelijk, die een beperkt
verfland, welks werkzaamheid aan de eenmaal
beflaande orde der dingen gebonden is, niet over-
zien kan.
Dit geheel beftaat uit vier volzinnen, als: 0.)