Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL, joi
De derde volzin bevat:
I. Deze werkzaamheid moet een bepaald doel
hebben (hoofdvoorftel van het voorzin-
deel.
2.. Zij zal nuttig zijn (tusfchenvoorftel van het
voorzindeel.)
3. Wij verfpillen onze krachten nutteloos (eerfte
gedeelte van het betrekkelijk nazindeel).
4. Wij leiden een plantenleven (ander gedeelte
van het betrekkelijk nazindeel).
5. Het leven walgt ons (voorftel ter bepaling van
leven dienende).
5 210. De ontleding der gezamenlijke voor-
gaande voorftellen in derzelver afzonderlijke deelen
kan aldus gefchieden:
1. wij (de menfchen'), onderwerp,
2. leven, gezegde,
3. in eene wereld, bepaling van het gezegde,
4. die, onderwerp ,
5. ons , bepaling van het gezegde,
6. alles, voorwerp,
7. wat^ gezegde,
8. yaij, onderwerp,
9. zijn, koppelwoord,
10. en, voegwoord,
II. worden, koppelwoord,
12. door werkzaamheid, bepaling vanhet gezegde ,
13. laat verdienen^ gezegde,
14. eer, voegwoord,