Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 91
gen lagen, deze geduchte teekenen te
hebben afgeperst.
§ 205. Door eene kleine verfchikking van de
leden der periode, welke ten minfte twee in ge-
tal zijn, gaat dezelve- heél verloren, als voor de
bovenftaande vooi beelden: ik fchrijf u eenen mo-
gelijk niet zeer aangenamen brief, om vele gewig-
tige redenen, die ik, wegens gebrek aan tijd, nu
niet ontwikkelen kan. Het tweede voorbeeld ver-
andert op deze wijze in eenen gewonen volzin:
wanneer ondeugd en zedebederf het hart hebben
aangeßoken, zijn zij in ftaat de grootfte bekwaam-
heden te onderdrukken.
206. Het is allezins nuttig zich in het ont-
leden (analyferen) der volzinnen te oefenen,
om de voorftellen , welke in de volzinnen vervat
zijn, en de deelen dezer voorftellen behoorlijk
te kunnen onderfcheiden; ten einde daarop de
veranderingen, welke fommige woorden onder-
gaan, te kunnen gronden.
§ 207. Nemen wij ter ontbinding het volgend
voorbeeld: wij'leven in eene wereld, die ons alles,
wat wij zijn en worden, door werkzaamheid laat
verdienen, eer wij ons aan het genot mógen over-
geven. •> Willen 'wij derhalve het genot der geluk-
zaligheid 'fmakeh, zoo moeten 'wij óns daartbe dóór
werkz-aamhéid voorbereiden. Deze werkzaafhheid
moet'ecfyer^^-'wdnneer zij waarlijk -nuttig zijn'zal,
een bepaald-d^k/hebbenj want anders verfpillen

r