Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 87
ftpekte onderlinge afhankelijkheid der zamenflel-
lende deelen. Zoo zijn enkelvoudige voorftel-
len: het regeren is eene moeijelijke kunst. Groot
en klein zijn betrekkelijke denkbeelden. De regt-
yaardigheid, dat groot gefchenk des Hemels, moet
ons allen dierbaar zijn. Overheden en onder-
danen, aanzienlijken en geringen, mannen en
yrouwen, grijsaards en kinderen treuren om zijn
afßerven. Cef ar . kwam, zag en overwon. ' Het ,
gezigt ver fchaft aan de ziel de rijkße yerfchei-
denheid yan gewaarwordingen, houdt zich met de .
voorwerpen op den verft en affiand bezig, en blijft .
den langßcn tijd, werkzaatn, zonder van zijn ei-
gen genot vermoeid of verzadigd te worden.
% 200. De enkelvoudige volzinnen kunnen,
niettegenftaande er geene voorafgaande of. volgen-
de voorftellen in gevonden worden, echter door
de menigte van opgenomene bepalingen zoo,
uitgebreid worden, dat zij zamengeftelde
volzinnen in grootte overtreffen. Ter bevesti-
ging zullen, wij den zeer eenvoudigen volzin, ik
fchrijf u eenen brief, tot eenen meer uitgebreiden
verleiigen. Om vele gewigtige redenen, die ik
wegens beperktheid in tijd nu niet ontwikkelen
kan, fchrijve ik u eenen welligt niet zeer aan-
genamcn brief, voor weiken gij in het vervolg,
door eène langere ervaring de voorwerpen rondom
u in derzelver waar lichV aanfchouwende, mij nog
danken zult. '
F 4