Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 85
voorftel dus in geene andere voorftellen te ont-
binden is, als: het boek is goed; de jongeling
leert de wiskunde.
§ 195. Een veelvoudig voorftel is datgene,
waarvan bet onderwerp, gezegde, voorwerp of
bepaling veelvoudig zijn, als: deugd, vriend-
fchap, vrijheid en gezondheid zijn de
kostbaarftegoederen. Karei is oplettend, vlij-
tig en deugdzaam. De onderwijzer beftraft
den jongen en het meisje.
§ 196. Een zamengefteld voorftel beftaat uit
de verbinding van verfcheidene voorftellen, als:
Hendrik leert de wiskunde en Maria
maakt eene vertaling.
§ 197. Deze voorftellen zijn:
1. of zonder verfiering, wanneer onder-
werp , gezegde, voorwerp en bepaling zonder
verdere omfchrijving uitgedrukt zijn, als: de
hitte is groot. Willlem ftaat den hond met eenen
ftok (enkelvoudige voorftellen zonder verfiering).'
Zwakheid, ouderdom en ziekten kwellen hem onop-
houdelijk (veelvoudig voorftel zonder verfiering).
De hitte vermoeit den reiziger en geen koelte ver-
kwikt hem. De jeugd verdwijnt en de fchoonheid ver-
welkt (zaïnengeftelde voorftellen zonder verfiering).
2. Of verfierd, wanneer onderwerp, ge-
zegde, voorwerp of bepaling, door middel van
enkele rededeelen, zoo als bijvoegelijke naamwoor-
den, bijwoorden, enz. nader omfchreven zijn,
F 3