Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 8t
en met zekere uitdrukkingen, aan eenig gewest
des lands bijzonder eigen; zoo als het vlaamsch,
geldersch, zeeuwsch, enz. met betrekking tot
het nederlandsch.
§ 182. De talen zijn gegrond op beginfe-
1 e n van de redeneerkunde ontleend, en dienen-
de om de woorden, welke onze gedachten uit-
drukken , te bepalen en te rangfchikken. Zij zijn
alle aan zekere algemeene regelen onder-
worpen, welke den grondflag van de bijzondere
regels voor elke taal uitmaken.
§ 183. De kennis van die bijzondere regels
der taal, in welke men zijne gedachten uitdrukt,
noemt men taalkennis of taalkunde.
§ 184. De nederlandfche taal is het
geheel der uitdrukkingen, welke bij de Nederlan-
ders in gebruik zijn, om hunne gedachten elk-
ander mede te deelen.
De regels der taal worden onderfcheiden in:
1. regelen van woordgronding.
2. regelen van woordvoeging,
en 3. regelen van f pelling.
Eerfte hoofdftuk.
Woordgronding.
Foor loopige befchowwing der voorden, voor-
ßellen, volzinnen en perioden.
§ 185. Woordgronding is de kennis vao
F
M