Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
So HANDLEIDING tot deisï
gen in derzelver talen. Hierdoor zijn ver-^
fchillende talen, als volkstalen verloren geraakt,
andere worden nog door geheele volkeren ge-
fproken. De eerfte noemt men do ode talen,
ook wel talen der geleerden, zoo als: het
grieksch, latijn,, enz.; de laatfte heeten 1 c-
vende talen, zoo als: het nederlandsch, duitsch,
fransch, enz.
§ 180. Oorfpronkelijke talen noemt men
die, waaruit andere talen ontftaan zijn, gelijk het
latijn met betrekking tot het italiaansch, fransch,
fpaansch , enz. Afgeleide talen zijn zulke,
welke haren oorfprong uit eene andere taal heb-
ben , als : het nederlandsch , duitsch, ( ♦ )
fransch, enz.
§ 180. Een tongval is de taal van een
volk met eene verfcheidenheid in de uitfpraak,
Dengenen, wellte door onkunde nog iit den waan
Tcrkeeren, of, door vooringenomenheid met de duitsche taaï,
laatdunkend staande houden, dat onze nèderlandsche taal
eene dochter en niet eene zuster van de tegenwooidige duit-
sche taal zij , bevelen wij ter lezing aan de bekroonde Ver-
handeling O per den rijkdom en de voortreffelgkheid der
Ned, Taal, van den Hoogleeraar m. siegbnheek, te
\inden in het V. Deel van de Werken der Bat, Maat--
schappij van Taal-- en Dichtkunde, alwaar men op bl.
1^4 ea yerv. onder anderen aangetoond vindt , dat zelfs on-
partijdige Daitachers de zusterschap der nedeiiandsche en
doitiche taleu Tolmondig erkennen.