Boekgegevens
Titel: Korte inleiding in de boeken des Ouden Testaments: ten gebruike van den gemeenen man en der schoolen
Auteur: Zange, Friedrich Christian; Visser, H.W.C.A.
Uitgave: Sneek: C. van Gorcum, 1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung in die Schriften des Alten und Neuen Testaments. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1348
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206314
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: Oude Testament: algemeen
Trefwoord: Oude Testament, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte inleiding in de boeken des Ouden Testaments: ten gebruike van den gemeenen man en der schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
< >
gen Wiera voorgefteld; het geen zij dan,
volgens het bevel wn God, het Joodfche
Volk voorfpelden.
3®, In zoo ver zij wondertekenen deeden ,
die het menfchelijk vermoogen te boven gaan.
S 52.
. : Kentehrii van naaare Propheten.
Gelijk op aarde het kwaad onder het goed,
en het valfche onder het waare vermengd is,
too vermengden 'er zich ook in Israël valfche
Propheten onder de vraare en van God gezon-
dene Propheten. Deeze laatften kon echter
het Joodfche Volk gemakkelijk onderkennen.
Daaraan, dat hunne lesfen met de les-
Ifen van den Mofaïfcherf Godsdienst overeen-
ftemden (Deut. XIII: 1-5 ).
Dat zij de leer, die zij verkondigden,
^elve naaleefden (Jer. XXIII: 14).
3®. Dat zij hunne Goddelijke roeping, waar
het nodig was, door voorzeggingen en won-
deren bevestigden ( 1 Kon. XIU : 3, volg.,
>ioofd. XVIII: 37).
4®. Dat hunne voorzeggingen op den van
hun bepaalden tijd naauwkeurig vervuld wier-
den (Deut. XVIll: ai volg.,Jer.XXVIII: 9).
§ 53-
Het werk der Propheten.
De beroepsbezigheeden der Propheten wa-
ren