Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(94)
marïê, <lic in JEZUS geloofde. (Zoitdtn wij
de ligging dezer landen op de haart wel kun-
Tien aanwijzen ? — Was de vervolging niet
nuttig voor de uitbreiding van j e z U i> leer ? —
JFaardoor werd zij nuttigl)
Sauius, niet tevreden, dat hij te Jerazalntn
(Ie uilbreiding van jp.zus leer verhinderde,
verzocht van den Hoogepriester volmagt, om
dat ook te Damascus in Syrië te Aoev, Op zij-
ne rei» derwaarts had hij eene ontzettende ont-
moeting, waarbij hij tevens blind werd. Dit
maakte zoo veel indruks op hem, dat hij tot in-
teer kwam, en jEZü s eu zijne leer als godde^
lijk erkende. Nu kwam hij te Damascus, niet
als vijand, maar werd aldaar als een belij-
der van j t: Z u S gedoopt, en van zijne blind-
heid genezen. Oe^e Sauius werd vervolgens
r a ui us genoemd, en eeu ijverige verkondiger
iVan de leer van J E z u s, welke ook het Evangelie
genoemd werd. [Op welke wijze werd Paula*
ffitrt een vervolger een voorftander fan JEZUS
«n zijne leer ?)
Paulus was een ijverig en ftandvastig mflnj
kundig in vele zaken cn talen, en zeer weljpre-
kend. Was hij dan niet een zeer gefchikt per-
foon • om ] i', zus godsdienst onder andere vol-
ken uit te breiden? — Al dra ondervond liij
nu ook de vervolging tegen hem, zoodat hij
van Damascus naar Jeruzalem, en van daar
naar zijne geboorteftad Tarfis moest wijken.
(IVaarom moest Paulus naar Tarfis wij-
ken!)
§ 3,