Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( II )
vaste goederen, en bragten het geld aan de
apostelen, opdat zij de nOoddrnftigen onder
lien daarvan zouden onderlleunen, ja, aous
gunst verzelde ook zoodanig de apostelen, dat
zij, in jezus naam, vele zieken genazen»
JMoesten de Joden de apostelen cn de leer van
JEziTS daardoor niet achten en beminnen? —
(fVat maakte de apostelen en jezus leer dan
al bemind ?)
^ 2. Door de vervolging werd de
leer van jezus in en buiten
Palestina uitgebreid.
In weerwil der Joodfche priesterfchaar , wérd
liet getal- joden , dat j f. z u s vereerde en zijne
3eer aankleefde, dagelijks grooter. De Jood-
Xche Raad verbood den apostelen het verkon-
digen van jezus leer, en het genezen in zij«
ïien naam; zelfs lieten zij hen geefelen. Doch
<le apostelen mogten het niet laten, omdat zij
overtuigd waren, dat het gods wil was, om
jezus leer uit te breiden. Wat mogten de
apostelen niet laten ? — Wie verbood hun dit ? )
In Jernzalem groeiden de Joden , die in
JEZUS leer geloofden, tot eene groote ge-
meente aan. Daar de apostelen werks genoeg
hadden , om deze gemeente te leeren en te ftich-
ten , werden er zeven diakenen aangefbeld, om
voor derzelver armen te zorgen. ( Waartoe wer-
den de diakenen aangejleld?)
Onder die zeven diakenen'was Stephanus;
een vrijmoedige verkondiger van Jezus leer.
Eeiiige Joden bcfchuldigde/i hem,, dsarora , val-
fchelijk bij den Joodfchcu Raad, dat hij de
wet