Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( II )
En wij moeten on» bevlijtigen; om ao» zóó té
vereeren en zóó te leven, als de Bijbel ons on-
derrigt en vrome menfchen deden. (I/oe kan, de
'Sijbel ons leeren, wat wij doen en laten moe-
Un?)
Toen de menfchen nog geenen Bijbel hadden;
Iconden zij ooo zoo goed niet leeren kennen als
wij. Zij konden toen ook niet weten, hoe zij
Hem moesten vereeren en naar zijnen wil leven,
€011 maakte daarom eijnen wil aan ben op eene
andere wijze bekend. Nu hoorden zij eene llera
van ooj), en dan merkten zij oous wil op in
«enen droom.
Wij hooren nn geene Hem meer van 00 n, en
droomen ookzalke drooinen niet, die ons leeren,
of onderrigten moeten. [ fVaarom gebeurt dit
ook niet met ons?) Wij droomen nu, als wij
te veel gegeten hebben, niet wel zijn, of des
daags over iets veel gedacht hebben, en onrustig
Kapen.
De Bijbel bellaat uit twee deelen of boeken:
het Oude en Nieuwe Testament, of het Oude
«n Nieuwe Verbond. De Joden gebruiken het
O. T., omdat daarin de Godsdienst en de Ge-
fchiedenisfen der Joden te lezen zijn. De Chris-
tenen gebruiken voornamelijk het N. T., omdat
daarin de leer van den Christelijken Godsdienst
Ijefchreven is. ( Uit welke deelen hejlaat de Bij-
hel ? — if^it is er in het O. , en wat is er in het
N. T. te lezen 1)
Het oude Testament verhaalt, voornamelijk,
eerst de Wording of Schepping der geheele We-
reld en de Vorming dezer Aarde. Dan verhaalt
het O. ï. de Gefcbiedemsfea der aie/ifchen , van
de 11