Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 59 )
De koning en het volk van Juda bleven nog
wel in hun land wonen, maar tocli waren zij
van de Asfyriërs afhankelijk. Zij hadden nu ook
nog den profeet Nahum, toen Habakuk,
Zephanja, Obadja, Je re mi a. Koning
H i s k i a s en , na hem, J o z i a s herftelden ook
wel den godsdienst; maar hunne opvolgers voer-
den de afgoderij weer in. Door de zwakheid
van Juda's rijk en deszelfs afhankelijkheid aan
vreemde koningen, moest het ook in hunne oor-
logen deelen. Eindelijk nam Nebukadnezar,
koning van Babyion , Juda in , liet Jeruzalem en
den tempel verbranden, en de Joden naar zija
land voeren. (Hoe was het rijk van Juda ge-
field, na Israêls wegV9ering ? — Wie poogden in
Juda nog hervorming te bewerken! — Hoe ging
het eindelijk met Juda
Toen Salmanasfar, koning van Asfyrië,
het volk uit Israël wegvoerde, liet hij er weer
eenige afgodifche menfchen in wonen. Nebu-
kadnezar liet, bij de wegvoering van het volk
uit Juda, de arme inwoners erin blijven. De-
ze volken vereenigden zich te zamen, en wer-
den Samaritanen genoemd. {fVelke menfchen
werden Samaritanen genoemd?)
Het Israëlitifclie of Joodfche volk, dat god
uit een enkel huisgezin tot een groot volk had
laten aangroeijen en in een gezegend land laten
wonen , had zich die inwoning onwaardig ge-
maakt. Dat volk, dat, god beftemd had, om
de kennis en de vereering van den eenigen wa-
ren god, onder afgodifche volken, te bewaren,
had zelf dezelve verwaarloosd. Nu onden^ond
het de rampen, die coo, door de profeten, aan
hen