Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 'i7 )
ken, moesten zij de aldaar wonende volken er
uit verdrijven. Zij moesten daarom tegen hea
oorlogen; maar hierin was ook o o n met J o«^
z u a en het leger. Zij overwonnen en verdre-
ven hrt grootüe deel der inwoners uit Kanaän,
en namen hetzelve in bezit» {^Laghet landKdtia*
nn voor de Israeliten open, ? — IVie u^eet nog tè
zeggen, waar het land ligt, dat Kanaärt, of
'Palestina heette ?)
De Israeliten waren, naar lo zonen van J ar
ko b en de twee zonen van Jozef, in ia Ham-
men verdeeld. En dan was er nog een ilam
van Jakobs zoon L e v i e, van welken een ge-
deelte bij eiken Ham gevoegd was. Het over-
wonnen land Kanaän verdeelde Jozua ook iu
12 gedeelten, oj>dat ieder flam daarvan een ge-
deelte zoude verkrijgen. {Hoe werden de Israëli--
ten onderfcheiden ? — En hoe s^erdeelde J o zu a
het overv^onnen landl)
Zoo hadden de Israëliten dan nn bezit geno-
men van het land Kanaän, zoo als uon dat
aan Abraham, Izaäk en Jakob beloofd
had« Het huisgezin van Abraham was tot
een groot en magtig volk aangegroeid, dat de
l^ennis van den éénigen waren ood bezat. Om
deze kennis te bewaren en uit te breiden op
de aarde, had ooi> dat volk bijgeAaan en
gezegend. {Waarom had oon het Israëli^
tisch volk hoven anderen hljgeßaan en geze-
gend ?)
Mozes en Torna herinnerden ook den Isra-
ëliten, vóór hun flerven , aan dien bijfland en
zegen van oou, die zij zoo zigtbaar genoten
kadden. Zij vexmaandea hen^ ^sn den é«nigen