Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 44 )
flraffen en terug te halen. {Weihen koers hieU
den de Israeliten naar Kanaan ? — Hoe dacht
de Egyptifchü koning daaroverl — En wat
deed hij toen?)
Daar waren de Israeliten nu in de grootlle
verlegenheid; doch Mozes betrouwde op oon.
Van voren hadden zij de noordelijke fmalle
tong der Roode zee, ter zijde het gebergte, en
van achteren het Egyptisch leger. Maar nu
verwekte oo d een'fterken wind en eene langdu-
rige ebbe , zoodat de zeetong droog werd. De Is-
raëliten trokken des nachts over het drooge der
Roode zee , en kwamen in Arahië. C Hoe warende
Israeliten te moede ? — Waardoor kwam datl —
Hoe redde god hen uit die henaauwdheidl')
Des morgens wilde het Egyptisch leger, met
zijne wagens en ruiterij, ook over het drooge
der zee trekken. Toen zij op dit drooge waren,
keerde de wind, het water vloeide terug en zij
verdronken alle. De Israeliten zagen dit, cn
hieven een'lofzang aan ter eer van god, hunnen
redder. (Hce hield het Egyptisch leger zich ? —
Gelukte hetdenEgyptennren ouefde zee te trekhenl)
§ a, Reize der Israëliten, door
Arabië, naar Palestina
O f K ana an.
God had de Israëliten verlost uit de wreede
handen der Egyptenaren; en zou hij hen nu in
de woestijn laten verhongeren en verdorüen ?
O ïjeen ! Hij zorgde ooicnu/dat zij eiken mor-
gen, üp de llruiken, fpijze voor hen konden
Tinden. Die fpijze geleek naar zaadkorrels; zij
noemden het manna , cn aten het dagelijks. De
bron-