Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
f 53 )
cenige cïagrciKen van daar; doch Jozef aan*
vaardde die reis naar zijne nijdige broeders go*
willig. [IFai beval Jahob aan zijnen zoon
Jozef?)
Toen hij bij zijne broeders kwam, was
hij zeer blijde; doch zijne broeders waren
ftuuisch en behandelden hem zeer Hecht. Zij
trokken hem zijn mooi kleed nit, en verkoch-
ten hem aan Arabifche kooplieden, die daar
voorbij trokken. Aan hunnen vader zonden zij
eenen bediende met Jozefs kleed, met bloed
befrnet. {Hoe ontmoette Jozef zijiie hroedernt
Eti hoe behandelden zij Jozef?)
lakob zag het bebloede kleed, en riep uit:
„eew wild dier heeft mijnen lieven zoon Jozef
verfcheurd *^ Hij fclieurde zijne kleederen , en
was ontroostbaar. Jozef zal ook wel heel
treurig geweest zijn. Hij moest daar bij vreem-
de menfchen, wier taal hij niet verftond, aU
yZaa/dienen , en heel ver van zijnen vader wo-
nen. [Waarom waren vader Jahob erh Jozef
zoo treurig?)
De kooplieden verkochten Jozef weder iti
Egypte aan Potifar, een groot beer aan het
hof van den kt/ning , en krijgsoverfte van 'sko^
nings lijfwacht. F o t i fa r merkte weldra, dat
( o z e f wel opgevoed was, en zich braaf gedroeg.
Hij liet Jozef in de Egyptifche taal onder-
wijzen, en Helde hem tot oppertoeziener aan
«ver zijn geheel huis. (fVat deden de kooplie-
den met Jozef^ — Hoe ging het hem bij Po*
tifar?)
Maar Potifars ondeugende vrouw wilde
den vromen Jozef bepraten, om Potifar t«
C ho^