Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 3i )
Vooruit», en volgcle zelf fchielijk acIitcTna^ met
de vrouwen en kinderen op kameelen rijdende;
{JP^at voerde Jakob uit 1 — PVaarom vertrok hij 1)
Zoodra La ban het vertrek van Jakob ge-
waar werd, achtervolgde hij hem fchielijk met
al zijne bloedverwanten. Doch hunne ontmoe-
ting en fcheiding was in vrede en vriendfchapj
Jakob trok nn yerder naar Kanaan of Pales^
tina. Nu was hij nog voor de ontmoeting van
een ander man bevreesd. {^Voor wien zou hij
nog gevreesd hebbend)
Jakob zond opzieners met gefchenken voor-
uit, om daardoor de gunst Van zijnen broeder
E 2 a u te verwerven. E z a u kwam hem met 400
gewapende mannen tegen: en Jakob boog zich
zevenmaal voor hem ter aarde. Ezau fuclde
hem te gemoet, wierp zwaard en fpies uit de
handen, omhelsde en kuste hem , en weende over-
luid. {^Hoe ontmoetten A'z a u en Jakob elkan-
derl — IFat dunkt u nu van Ezaul)
Nuliet Jakob zich de afgodsbeelden en bijge-
loovige verllerfelen zijner vrouwen en huisge-
nooten brengen, en begroef dezelve. Hij llichtte
toen een altaar, gelijk meermalen, en riep den
naam des HE EREN aan. {Zorgde Jakob
ook voor de vereering van den eenigen waren
Gou? — Op welke wijzei)
Vader Jakob kreeg bij zijne vrouwen 12 zo-
nen en ec«e dochter. Zij en hunne nakome-
lingen Yreriïen Mebreërs genoemd, omdat Abra-
ham van de overzijde der rivier gekomeu was.
Ook noemde men hen IsracliteUf omdat hnn va-
der Jakob ook wel Israël heette. Naderhand
noemde men hen ook Joden ^ naar Juda, een
Van