Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( II )
veel te meer was hij vol dankbaarheid over de
Lehnudeuisvan hem en de zijnen. Hij bouwde,
daarom , een altaar , nam van het reine vee en
gevogelte , en' offerde brandoffers voor o o d.
gevoel had er bij Noa ch plaats na dtn
atmdvloed 1 — Wat deed hij daarom ? j
De zonen van No ach, die met hem in de
ark geweest waren, heetten Sem, Cham en
Jafet. Sera en Jafet waren ouderlievende
kinderen; maar Cham toonde weinig eerbied
en liefde voor zijnen vader. {fVie waren No-
achs zonenT •— En hoedanig waren zijl)
Na den zondvloed werd N o a c h een land-
bouwer, Nu plantte hij eenen wijngaard en pers-
te wijn uit de druiven. Toen hij daarvan eens
te veel dronk, ging hij niet zeer betamelijk in
zijne tent liggen en viel in flaap. Cham zag
dit fpotachtig aan; Sem en Jafet, daarente-
gen , wendden hunne oogen van hunnen vader
af, cn zorgden, dat hij betamelijk gedekt wierd.
jJVat viel er met No ach voor! — Ho* ge-
droegen zijne zenen zich daar onder!)
Toen No ach vernam, wat Cham gedaan
had, was hij zeer ontevreden. Sems en J a-
fets geflacht beloofde hij veel goeds; maar
Chams geflacht voorfpelde hij veel kwaads.
Van Cham zijn ook de ondeugende Kanaäni.
ten gefproten, die het niet wel ging.
N o a ch 8 geflacht vermeerderde na verbazend;
Eerst woonden zij, waarfchijnlijk , in hutten, en
toen zij meer vw kregen, gebruikten zij weer
opgeßagene tenten . Zij zwierven met hanne
kudden verder oostwaarts aan, en dachten bij
de rivier deu Jguphraat, in de vruchtbare vlak-
te