Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1822
4e dr
Opmerking: Eerder verschenen o.d.t.: Bijbelsche geschiedenissen voor eerstbeginnende leerlingen. - 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5685
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206299
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen, in leeslesjes voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
f 9 )
in de lucbt; en \>isfchen zwemmen in Let
water. Ten zesde deed god piervoetig ^ wildy tam
en kruidend gedierte [Kunnen wiJ
nu ook zeggen ^ hoe de aarde allengskens be^
toonbaar is geworden ?)
Eindelijk fcliiep gom het voortreffelijkfto
fcbepfel op aarde, den mensch, ^ Geen dier
op aarde kon zijnen Schepper uit zijne werken
leeren kennen. Geen dier had'gevoel van het
edtfle en fchoone, van goe*! en kwaad. Do
mensch alleen muntte, hierdoor, boven alle
andere dieren uit. f fPaariji is de mensch voor^
treffe lijher y dan alle dieren der aarde?)
Alles, wat god gemaakt bad, was ^oefl?. De
zon was goed, om de aarde te verlichten en to
verwarmen. De aarde was goed, om er op te
wonen en vruchten te geven. De vogel konde
zijn nest bouwen. Andere dieren wisten hunne
liolen te maken. Aile dieren hadden zulke hui-
den , die warm genoeg voor ben waren, iin al-
len konden zij bun eten zoeken en vinden. (IJoe
ti^as alles, wat god gemaakt had?)
De mensch alleen was naakt. Hij moest
leeren kïeéren te maken, buizen te bouwen, ko-
ren en planten aan te kweeken, handwerken en
kunsten uit te vinden. Daarom gaf god hetn
eene ziel met zulke vermogens, dat bij dat ailea
konde leeren, en daardoor verflandiger worden;
^Vas de menpcb dan ook riet goed? -- f fioe
honden de naaktheid en behoeftigheid van den
mensch dienen , om de verflandelijke en zedelijk
he xfermogens te ontwihhelen ? )
God gaf den mensch ook bet verfland , opdat
feij zou kunnen weten, wat goed eu wat kwead
A 5 i».