Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
8ode saletrekel.
hier te lande is men veel te onhandig en kan men zelfs
geen ordelyken fchoen maken : zie eens . zegt hy,
tei-wyl hy zynen fchoen, die naauwlyks de teenen
bedekt, en in een langen fteek uitloopt, met eene
ligte beweging van den voet fchopt, en in het op-
fpringen vangt: zie eens, of dat geen gansch
ander werk is. Maar het komt ook re^t/lreeks van
Parys.
Steeds is hy op het fierlykfte gekleed en opgefchikt.
Zelfs by het flechtfte weder gaat, of liever danst hy,
in zyden koufen , daar henen, of, ten minfte , in
nette fluitlaarfen , met fyne zilveren fporen; offchoon
hy nooit te paard rydt. Al zyne vingers zyn met rin-
gen bedekt, die hy , deels van deze, deels van
gene dame, tot eene gedachtenis zegt te hebben ont-
vangen. En hy weet zyne handen zoo meesterlyk te
houden en te draaijen , dat die ringen beftendig aan
anderen in de oogen blinken. Gaathy, by voorbeeld,
over eene brug, dan legt hy de hand op de leuning,
ten einde die ringen door elk, die hem ontmoet, mo-
gen worden gezien. Zyne onren zyn eveneens voor-
zien van ringen, die tot aan de fchouders reiken ;
en het fpyt hem bykans, dat l et in Europa nog gee-
ne manier is, om ringen in den neus te dragen. Daar-
mede zou hy geem nog meer fchitteren, indien de
godin, waaraan hy eenen flaaffchen dienst bewyst,
de mode, hem niet van dat fieraad te rug hield. Zoo
haast zy innisfchen gebiedt, komt hy zelfs , in een
opfchik , te voorfchyn, dien men voor onbetaamlyk,
lomp en fmaakloos , houden zou, indien dezelve,
aan het lyf van een elegant heertje, den naam van
elegant niet verkreeg.
Zoo gedraagt zich — om my van eenen zeer
veel beteekenenden naam, waarmede men m Parys
deze fchepfels doopt, te bedienen — zoo ge-
draagt zich zulk een ongelooflyke [incroiable] ;
cp men zal deze benaming nog juister vinden,
als